Oost-Vlaanderen - watertoets en overstromingskaarten

Watertoetskaart

Indicatieve normenkaart

Overige overstromingskaarten

Achtergrondinformatie

Watertoetskaart met overstromingsgevoelige gebieden (versie 2014)

Waarom belangrijk ?

Deze omvat de effectief en mogelijk overstromingsgevoelige gebieden. Indien een aanvraag voor een plan of vergunning percelen omvat die gelegen zijn in een effectief of mogelijk overstromingsgevoelig gebied, is de vergunningverlener verplicht een advies te vragen aan de waterloopbeheerder.

Hoe opgemaakt ?

De kaart van de overstromingsgevoelige gebieden werd geactualiseerd op 23 april 2014. Ondanks regelmatige actualisaties na recente overstromingen en nieuwe berekeningen blijft de kaart een momentopname. Soms zijn percelen niet aangeduid als overstromingsgevoelig gebied terwijl ze toch bekend staan als gevoelig voor wateroverlast. Uiteraard zijn dergelijke percelen dan ook te beschouwen als overstromingsgevoelig. Ook het omgekeerde kan zich (uitzonderlijk) voordoen.

Indicatieve normenkaart

Waarom belangrijk ?

Meer uitleg over de normenkaart is te vinden op de website van de Provincie Oost-Vlaanderen.

ROG (= Recent Overstroomde Gebieden)(toestand 21/03/2011)

Waarom belangrijk ?

De ROG-kaart omvat de effectief overstroomde gebieden in Vlaanderen in de periode 1988 tot heden zoals deze door verschillende instanties werden aangeduid. Met de info-knop kan men nagaan wanneer die gebieden onder water hebben gestaan en (voor sommige gebieden) ook wat de mogelijke oorzaak was.

Hoe opgemaakt ?

De ROG-Kaart is de gebiedsdekkende afbakening van alle effectief overstroomde gebieden in Vlaanderen in de periode 1988 tot heden (toestand 21/03/2011). De afbakening is gebaseerd op de samenvoeging van de best beschikbare informatie die uit diverse bronnen betrokken kon worden (waarnemingen ter plaatse, melding via brandweer, luchtopname, …). Deze informatieve kaart heeft in tegenstelling tot de risicozones voor overstromingen geen wettelijke basis. Uiteraard blijft de opmerking terecht dat overstromingsgrenzen moeilijk als scherpe en heel lokale grenzen kunnen beschouwd worden. De kaart moet dan ook beschouwd worden als een degelijke indicatie van de omvang van de overstromingsproblematiek in een bepaalde zone, eerder dan als absoluut gegeven bruikbaar tot op perceelsniveau. Dit bestand is ook niet geschikt voor het afleiden van retourperiodes. De beschouwde periode 1988 tot en met januari 2011 is hiervoor te kort en er zijn onvoldoende gedateerde afbakeningen. VMM tracht bij elke periode van wateroverlast het bestand te actualiseren.

NOG (= Van Nature Overstroombare Gebieden)

Waarom belangrijk ?

De NOG-kaart omvat gebieden die bij dijkbreuken of het falen van pompen of bij zeer extreme neerslag onder water zouden kunnen komen

Hoe opgemaakt ?

De NOG zijn afgebakend op basis van de digitale bodemkaart van België in de periode 1947-1973. Daaruit kan worden afgeleid op welke gronden er zich in het verleden sedimenten hebben afgezet als gevolg van overstromingen. Dit zijn gronden die bij extreme situaties opnieuw onder water zouden kunnen komen. Alle alluviale en colluviale gronden zijn aangeduid als NOG alsook alle zee- en Scheldepolders. Om de kaart op te maken werden de vertaalsleutels voor de omzetting van de bodemkaart naar de NOG-kaart aangevuld met (semi-)manuele correcties o.a. voor die zones die op de bodemkaart niet gekarteerd waren.

Risicozones (versie 2006)

Waarom belangrijk ?

De kaart Risicozones omvat de gebieden die zijn afgebakend in het Koninklijk Besluit van 28 februari 2007 voor natuurrampen. Een verzekeraar is niet verplicht een gebouw gelegen in een risicozone en gebouwd na 23/09/2008 te verzekeren en kan zelf de hoogte van de premie bepalen (geen wettelijke maximumtarief van toepassing). Er is in dat geval ook geen recht op tussenkomst door het Rampenfonds. Voor een gebouw gelegen in een risicozone gebouwd vóór 23/09/2008

Hoe opgemaakt ?

De risicozones zijn een stuk kleiner dan de overstromingsgevoelige gebieden op de watertoetskaart en duiden de plaatsen aan waar de kans op waterschade het grootst is. Zones werden afgebakend als een omhullende contour van enerzijds de ROG-kaart 2005 (DTM-gecorrigeerd met overstromingsdiepte van minstens 30 cm) en de MOG-kaart (uit computermodellen afgeleide overstromingsgebieden die onder water komen bij een afvoer met een retourperiode van 25 jaar of minder).

Bodemkaart

De karteringen van de bodemkaart dateren van de periode 1947-1973 en zijn in het kader van het waterbeheer belangrijk omdat zij inzicht geven in: • de ligging van de natuurlijke vallei van waterlopen • de aanwezigheid van voor verdroging gevoelige veenbodems. Dergelijke veenbodems gaan bij het sterk verlagen van de grondwatertafel (vb. bij bronbemalingen voor infrastructuurwerken) onomkeerbaar verloren. • de mate waarin bodems goed infiltreerbaar zijn. Daarbij is de textuur (eerste hoofdletter van de bodemserie) en de drainageklasse (kleine letter na de textuurklasse) bepalend. Als algemene vuistregel geldt : o textuur: klasses Z en S zeer geschikt; P en L matig geschikt, A, E en U niet geschikt o drainage: klasses a, b en c zeer geschikt, d matig geschikt en e tot met i niet geschikt In principe kan in elke bodem geïnfiltreerd worden. Bij bodems die minder of niet geschikt zijn, wordt de benodigde oppervlakte uiteraard groter. Het is aan de advies- of vergunningverlener om de uiteindelijke afweging te maken. De bodemkaart geeft een eerste indicatie naar infiltreerbaarheid. Voor grote verharde oppervlakken is het uitvoeren van een infiltratieproef op de specifieke site zeer aangewezen.

Afstroomgebiedjes

Op basis van het 5*5 DHM werden per VHA-segment hydrologische afstroomgebiedjes afgebakend in het kader van de watertoets. Actualisaties van de VHA zullen dus ook aanleiding geven tot aanpassingen in het bestand van de afstroomgebieden. Per afstroomgebiedje werd de beheerder bepaald. Het is op basis van die beheerder dat de adviesfunctie inzake de watertoets wordt toebedeeld.

Grondwaterstromingsgevoelige gebieden (toestand 20/07/2006)

De kaart met de gebieden die gevoelig zijn voor grondwaterstroming werd opgemaakt om te kunnen nagaan in welke gebieden er minder of meer aandacht moet uitgaan naar de effecten van ingrepen op de grondwaterstroming.

Winterbedkaart (toestand 20/07/2006)

Doel van de winterbedkaart is het aanduiden van de gebieden waar veranderingen van bodemgebruik aanleiding kunnen geven tot een gewijzigd afvoergedrag in geval van overstroming van het gebied. Bepaalde vormen van bodemgebruik of vegetatie worden gekenmerkt door een hoge “ruwheid”, waardoor zij een hogere stromingsweerstand hebben vergeleken met andere vormen van bodemgebruik en dus aanleiding geven tot hogere waterpeilen. Omdat dergelijke veranderingen in peilen en stroomsnelheden maar relevant zijn voor relatief omvangrijke overstromingsgebieden, werd de winterbedkaart beperkt tot de gebieden die onderhevig zijn aan overstromingen vanuit de bevaarbare waterlopen. De term winterbed wordt in Vlaanderen ook alleen gebruikt voor de gebieden die bevaarbare waterlopen bij zeer hoge waterafvoeren innemen.

Infiltratiegevoelige bodems (toestand 20/07/2006)

De kaart met de infiltratiegevoelige bodems werd opgemaakt om te kunnen nagaan in welke gebieden er relatief gemakkelijk hemelwater kan infiltreren naar de ondergrond. Infiltratie van hemelwater naar het grondwater is belangrijk omdat daardoor de oppervlakkige afstroming en dus ook de kans op wateroverlast afneemt. Bovendien staat infiltratie in voor de aanvulling van de grondwatervoorraden en zodoende voor het tegengaan van verdroging van watervoerende lagen en van waterafhankelijke natuur. Deze kaart is afgeleid van de bodemkaart.

Erosiegevoelige gebieden (toestand 20/07/2006)

De erosiegevoeligheidskaart is een tussenproduct binnen de studie ‘verfijning van de bodemerosiekaart’, uitgevoerd door de onderzoeksgroep fysische en regionale geografie van de K.U. Leuven in opdracht van de afdeling Land. De kaart dient slechts ter evaluatie van de effecten van vergunningsplichtige ingrepen of van plannen of programma’s waarbij het bodemgebruik op een bepaalde locatie of voor een bepaald gebied wordt gewijzigd.

Hellingenkaart (toestand 20/07/2006)

De hellingenkaart geeft in een raster van 5 op 5 meter de helling (in %) van het terrein weer. De hellingenkaart werd ingedeeld in 4 klassen: hellingen kleiner dan 0,5%, van 0,5 tot 5%, van 5 tot 10% en hellingen groter dan 10%.