Voor de positionering van natuurwaarnemingen worden in België twee referentiesystemen gebruikt. Het UTM-raster wordt hoofdzakelijk Voor fauna-waarnemingen gebruikt. Voor flora is dit het oudere IFBL-raster (IFBL= Instituut voor de Floristiek van België en Luxemburg).
In dit geoloket kan over de kleurenorthofoto's een transparante NGI topo 1/10.000 (de stafkaart) gelegd worden en daarbovenop de UTM 1km en 10km hokken.
Voor de omrekening van de coördinaten naar het ene naar andere coördinatenstelsels kan deze applicatie gebruikt worden.
Het UTM-raster is het klassieke paarse "vierkantennet" van de NGI-stafkaarten 1:25.000.
UTM staat voor "Universal Transverse Mercator". Het is een wereldomspannend systeem van 60 kaartprojecties die elk een zone van 6 lengtegraden voorstellen. Het is de meest gebruikte kaartvoorstelling op wereldvlak. De UTM-coördinaten voor Europa zijn gebaseerd op ED50 (European Datum 1950). Zie de website van het NGI voor meer uitleg dienaangaande.
Elk hokje heeft een unieke code. Elke waarneming kan via die code op een redelijk gedetailleerde schaal gelokaliseerd worden en eenvoudig in een databank ingevoerd. Vroeger moest deze code moest op de topografische kaart worden opgezocht. Nu kan dit ook via dit GISoost geoloket.Voorbeeld: het PAC ligt in het 10km hok "31UES55" en in het 1km hok "31UES5155".
Het IFBL-raster is gebaseerd op de NGI kaartbladen 1/50.000.
Het IFBL raster werd in vergelijking met UTM relatief weinig gebruikt. Het gebruik van het IFBL-raster voor nieuwe waarnemingen wordt afgeraden.